--> No. 65

Ontwerp & publiek debat

Periode 2009 / Project Ontwerp & publiek debat / Opdrachtgever Academie van Bouwkunst Groningen


De tijd van economische recessie is een goed moment voor bezinning op de stuwende welvaartsgroei en het idee van eindeloze maakbaarheid. Het is ook het moment om te bezinnen op de inhoud van voorliggende opgaven, om geduide ontwikkelingsperspectieven genuanceerd te onderzoeken en wellicht vraagtekens te plaatsen bij in gang gezette ontwikkelingen.

Grenzen aan de groei een nieuwe definitie van de opgave

Er lijkt een einde gekomen aan de ongebreidelde groei van de welvaartssamenleving. Dit perspectief betekent voor de ruimtelijke ontwikkeling een bijstelling van ambities en het definiëren van andere ontwerphoudingen om actuele opgaven überhaupt te kunnen benoemen. De nieuwe ruimtelijke opgaven waarmee de ontwerper zich geconfronteerd ziet, zijn van een andere orde dan het ontwerpen van een gebouw, een stedenbouwkundig plan of een regionale visie. Ze zijn vaak veel complexer vaak zijn het opgaven zonder programma. Het definiëren van zo’n opgave is een project an sich. Dit betekent dat de ontwerper buiten de gebaande paden van de ruimtelijke ordening treedt en de ruimtelijke consequenties van een maatschappelijk ingebedde opgave in beeld brengt. De ruimtelijke oplossingen voor zo’n opgave spelen vaak op verschillende schaalniveaus tegelijkertijd, worden gekenmerkt door uiteenlopende en schijnbaar tegenstrijdige belangen en gestuurd door verschillende belanghebbenden en betrokkenen. Het is voor de ontwerper de kunst om de mazen in het net van de gestelde opgave te vinden en daar schatten in te ontdekken die ontwikkelingen kunnen aanjagen. Uiteindelijk gaat het hier om het definiëren van de opgave  het visualiseren van zowel denkrichtingen als oplossingen. Daarmee functioneert de verbeelding van dit type ruimtelijk ontwerp veel vaker als aanjager van het debat dan dat het werkelijk tot een uitwerking of realisatie van een voorstel komt.


Ontwerp en ecologie

Visies en onderzoeken kunnen zo in voorstellen resulteren die normaliter onder het tapijt zouden worden geschoven. De nieuwe perspectieven voor de ontwikkeling van stad en landschap beslaan vaak meerdere schaalniveaus: van stedenbouw tot architectuur, van landschap tot proces en ecologieontwerp. Als dergelijke projecten worden gekarakteriseerd door een krachtig concept, gebaseerd op een diepgravend onderzoek naar verschillende programma’s en op uiteenlopende schaalniveaus, is het mogelijk een brede visie op de opgave te ontwikkelen. Centraal staat daarbij het vormen van een balans tussen programma, landschap en natuurlijke bronnen (ook wel te lezen als een balans tussen economie, ruimte en maatschappelijk belang). Deze balans is een dynamisch systeem een schaalloze ecologie die programma's aan ruimtelijke condities weet te verbinden. Zo kunnen in het ontwerpproces op inventieve wijze de ogenschijnlijke tegenstellingen tussen opdracht, technische mogelijkheden en context positief benut worden. De ruimtelijke vertalingen van deze processen genereren nieuwe typologieën voor stad, gebouw of landschap. De verbeeldingskracht van architectuur is in een tijd van bezinning duidend voor een toekomstperspectief. Juist de vertaling naar een ruimtelijk beeld is de slagkracht van de ontwerper.


Slimme technieken

Een onderzoekende houding draagt bij aan het genereren van innovatieve oplossingen. Er is namelijk vaak veel meer kennis voorhanden dan we ons beseffen. De vooruitgang en de welvaart hebben ons doen vergeten hoe eenvoudig oplossingen soms kunnen zijn. Vooruitgang en ontwikkeling hoeven immers niet te betekenen dat alles bij deze nieuwe verworvenheden blijft. Deze verworvenheden stellen ons juist wederom voor nieuwe opgaven. Het terugblikken naar het verleden en het zoeken naar inzicht in ontwikkelingen kunnen verhelderend werken in het bepalen van een aanpak, het stellen van de juiste vraag en het benoemen van de opgave. Soms is een aloude toepassing verbazingwekkend effectief en kan het wederom inzetten ervan relativerend werken of nieuw perspectief bieden. Een simpel voorbeeld is de plaatsing van koperen galmvaten tussen de  zitplaatsen in het Romeinse theater, waarmee het geluid op natuurlijke wijze kan worden versterkt. In deze categorie van slimme techniek uit de verleden tijd zijn nog vele andere voorbeelden te noemen, zoals de ijskelder en fruitmuren. Niet uit het verleden, maar wel een goed voorbeeld van slimme techniek is het toepassen van CO2-uitstoot in kastuinbouw in plaats van deze te compenseren in een ver land of op te slaan onder een woonwijk. Maar onze Hollandse tomaat smaakt veel lekkerder en vooral zoeter wanneer hij groeit op brak water in plaats van in kassen met warmteregulering en schoon leidingwater. Wetenschappers beschouwen dergelijke oplossingen vaak als onrealistisch en ook overheden zijn huiverig, maar op kleine schaal en met lokale ondernemers blijkt veel mogelijk daar zit het geloof, het vertrouwen en de ambitie. Want zonder ambitie geen plan en ook zeker geen projecten.

+ Related Projects