--> No. 160

Getijdenrivier

Periode 2016–2017 / Project Getijdenrivier / Opdrachtgever FUR / RAvB / gemeente Rotterdam / Locatie Rotterdam / Met Alexander Herrebout, Catja Edens, FUR


Hoe kan de ver­dich­tings­op­ga­ve voor Rot­ter­dam zich ver­hou­den tot de ri­vier als au­to­no­me en­ti­teit? We on­der­zoe­ken de re­la­tie van de ri­vier met de stad en de ont­wik­ke­lings­mo­ge­lijk­he­den die daar­uit voort­vloei­en. Stof­stro­men, men­sen (ac­to­ren) en din­gen (fac­to­ren) bie­den de ba­sis voor ont­wer­pen waar­in ruim­te­lij­ke iden­ti­teit, cir­cu­lai­re eco­no­mie, so­ci­a­le ont­wik­ke­ling en na­tuur­be­houd sa­men ko­men.

1. In­houd: be­schrij­ving en aan­pak

Sinds 2013 woont meer dan de helft van de we­reld­be­vol­king in ste­de­lij­ke ge­bie­den. Dit per­cen­ta­ge zal naar ver­wach­ting op­lo­pen tot 70 pro­cent in 2050. De­ze groei leidt tot een ver­ste­de­lij­kings­pro­ces van on­ge­ken­de om­vang die de toe­komst van mens en mi­li­eu ne­ga­tief kan beïnvloe­den. Ook Rot­ter­dam ver­wacht een toe­na­me van 50.000 per­so­nen op een be­vol­kings­aan­tal van 610.000 in 2030 (ge­meen­te Rot­ter­dam 2012)[1]. We moe­ten op zoek naar een ge­zond ver­ste­de­lij­kings­mo­del, waar­in een duur­za­me, veer­krach­ti­ge om­gang met het be­staan­de een ve­r­eis­te is in sa­men­hang met een so­ci­aal-cul­tu­re­le, eco­no­mische en eco­lo­gische trans­for­ma­tie op de schaal van de re­gio, stad en straat.

 

De aan­dacht gaat uit naar de ver­dich­ting van de be­staan­de stad. De ri­vier­oe­vers en voor­ma­li­ge ha­ven­bek­kens wor­den ge­zien als (po­ten­ti­eel) aan­trek­ke­lij­ke woon­mi­li­eus. On­langs is het twee­de groei­do­cu­ment en pro­gram­ma ‘Ri­vier als Ge­tij­den­park’ ver­sche­nen (2016)[2]. Dit do­cu­ment laat zien hoe stad en ha­ven, na­tuur en re­cre­a­tie sa­men kun­nen gaan en een bij­dra­ge kun­nen le­veren aan vi­ta­le en aan­trek­ke­lij­ke woon- en leef­ge­bie­den. De vraag is hoe de ge­zon­de en de ver­dich­te stad zich tot el­kaar ver­hou­den en hoe ten­den­sen te com­bi­ne­ren zijn met ge­zon­de ver­ste­de­lij­king en de stof­wis­se­ling van de stad in al haar as­pec­ten. 

 

2. Op­ga­ve

De op­ga­ve gaat om de ver­ken­ning van het grij­ze ge­bied tus­sen twee ui­ter­sten: ener­zijds de stad bij voor­keur aan de ri­vier hard­co­re ver­dich­ten en an­der­zijds de ri­vier he­le­maal de ruim­te ge­ven en ver­groe­nen. De­ze stu­dio richt zich na­druk­ke­lijk op de om­gang met de ri­vier als veer­krach­tig sys­teem en als hart van de stad. Van ouds­her zijn stad en ri­vier nauw met el­kaar ver­we­ven. Rond de ri­vier ko­men veel uit­een­lo­pen­de be­lan­gen bij el­kaar: van ver­schil­len­de over­he­den, be­drij­ven en in­du­strieën, van ont­wik­ke­laars en om­wo­nen­den, re­cre­an­ten en  pas­san­ten. Dit leidt tot ver­schil­len­de vi­sies: de ri­vier­oe­vers en ha­ven­bek­kens als aan­trek­ke­lijk woon­ge­bied, de ri­vier als trans­port­ader van bulk­goe­de­ren, de ri­vier als een ob­sta­kel tus­sen noord en zuid[3] en de stad op twee ri­vier­oe­vers. An­de­ren zien juist kan­sen in het ge­bruik: de mo­ge­lijk­heid van nu­triënten­te­rug­win­ning als eco­no­misch ver­dien­mo­del of als ge­bied om te re­creëren. Ook kan de ri­vier wor­den ge­zien als land­schaps­ma­chi­ne: zij voert se­di­ment en wa­ter af en aan, be­vat warm­te en is een ha­bi­tat voor vis­sen en een bron van voed­sel.  

In de af­ge­lo­pen eeuw zijn de oe­vers op veel plaat­sen ver­hard, ge­re­gu­leerd en ge­pri­va­ti­seerd. Slechts op en­ke­le ‘lu­we’ plek­ken is de ri­vier nog be­na­der­baar. In te­gen­spraak met de ver­dich­tings­op­ga­ve waar­in het wo­nen aan de ri­vier als be­lang­rij­ke kans wordt ge­zien, is de af­stand van de stad tot de ri­vier vaak groot.

 

Tel­kens wordt ge­zocht naar meer ruim­te voor het ge­bruik van de ri­vier. Te­ge­lij­ker­tijd zijn aan het ge­bruik en de be­na­de­ring van de ri­vier al­ler­lei re­gels en voor­schrif­ten maat­re­ge­len ge­kop­peld. Daar­bij gaat het om het waar­bor­gen van vei­lig­heid, het be­per­ken van over­last, de zorg voor wa­ter­kwa­li­teit en an­de­re za­ken. In de­ze stu­dio plaat­sen we daar een an­de­re stel­ling­na­me te­gen­over, die van de ri­vier met au­to­noom be­staans­recht.

De ri­vier is niet ons be­zit, maar be­staat in haar ei­gen recht. Zij heeft – net als ie­der an­der le­vend we­zen – ruim­te no­dig om ‘ge­zond’ te func­ti­o­ne­ren, haar kwa­li­tei­ten te be­hou­den, zich te ont­wik­ke­len, een ge­ba­lan­ceerd eco­sys­teem te vor­men en meer. Waar heb­ben wij als ge­brui­kers en be­wo­ners recht op met be­trek­king tot de ri­vier? En wie komt op voor de rech­ten van de ri­vier, het wa­ter, de vis­sen, het slib en an­de­re ele­men­ten? Aan de ba­sis van de­ze stu­dio ligt een ont­wik­ke­lings­per­spec­tief waar­in stad en ri­vier el­kaar no­dig heb­ben en waar­in zij met el­kaar ver­we­ven zijn. Wat is er no­dig om de ri­vier op­ti­maal te la­ten func­ti­o­ne­ren als hart van de stad en de stad als om­ge­ving van de ri­vier?

 

We draai­en daar­om het ver­trek­punt van de­ze stu­dio om. We clai­men niet waar we recht op den­ken te heb­ben met be­trek­king tot de ri­vier, maar we on­der­zoe­ken wat no­dig is om de ri­vier te la­ten func­ti­o­ne­ren als le­vens­ader van de stad. We kij­ken naar wat de ri­vier no­dig heeft als veer­krach­tig, me­ta­bo­lisch en eco­lo­gisch sys­teem. We on­der­zoe­ken hoe haar stro­men een op­ti­ma­le bij­dra­ge kun­nen le­veren aan het leef­ge­bied van mens en dier. Het uit­gangs­punt is: de ri­vier be­zit zich­zelf of in Ma­o­ri-ter­men: ‘de ri­vier is zich­zelf’[4]. In de stu­dio on­der­zoe­ken we de veer­krach­ti­ge re­la­tie van de ri­vier met de stad en de ont­wik­ke­lings­mo­ge­lijk­he­den die daar­uit voort­vloei­en.

 

Hoe wer­ken we aan de­ze op­ga­ve? De aan­pak ver­langt een on­ge­brui­ke­lij­ke in­steek en een cre­a­tie­ve om­gang met het vraag­stuk. Met de hulp van ex­perts uit ver­schil­len­de in­vals­hoe­ken zul­len we tij­dens de eer­ste bij­een­komst de op­ga­ve ver­ken­nen. De ver­schil­len­de (on­der­zoch­te) ele­men­ten wor­den ver­vol­gens in een twee­de stap in­ge­bracht in het Par­le­ment de Din­gen[5]. Dit biedt een mid­del om van­uit an­de­re per­spec­tie­ven naar ruim­te te kij­ken: een ruim­te die niet al­leen wordt be­paald door men­sen (ac­to­ren) maar ook door din­gen (fac­to­ren) –zo­als de flo­ra, de fau­na, het slib, de al­gen, de bo­ten - en hun on­der­lin­ge re­la­ties. Het ont­werp speelt daar­in een rol als ver­bin­der, als ‘agen­cy’. Dit wordt ge­toetst in de der­de stap en ver­be­terd in de laat­ste fa­se van het tra­ject van ont­wer­pend on­der­zoek. Het ont­sleu­te­len van een al­ter­na­tief per­spec­tief op de op­ga­ve biedt de mo­ge­lijk­heid om op een an­de­re ma­nier te ont­wer­pen aan het ver­be­te­ren van de ge­zond­heid van ste­de­lij­ke eco­sys­te­men. Daar­voor is cre­a­ti­vi­teit no­dig even­als de be­reid­heid om sa­men dit ex­pe­ri­ment aan te gaan.

 

De Ge­tij­den­ri­vier is een pro­ject van Joe­ri Bel­laard, Jas­on Broek­hui­zen, Mi­ko­lai Brus, Rob Da­men, Cat­ja Edens (bu­ro Spa­tie), Mark Gjal­te­ma, Alexan­der Her­re­bout (LINT), Jelle van Kam­pen, Chiel Lan­sienk, Gar­ry Leis­berg, Wil­le­mijn Lof­vers (Bu­reau Lof­vers / FUR), Koen Marks, Am­ber Ne­der­hand, Hel­mut Thoe­le (PZH), Umut Türk­man, Sem Vroo­m­an

 


[1] Ge­meen­te Rot­ter­dam - Cen­trum voor On­der­zoek en Sta­tis­tiek (2012). Be­vol­kings­prog­no­se 2013-2030. Raad­pleeg de rot­ter­dam.buurt­mo­ni­tor.nl voor ac­tu­e­le ont­wik­ke­lin­gen.

[2] De Ur­ba­nis­ten en Stroot­man Land­schaps­ar­chi­tec­ten in op­dracht van het pro­gram­ma Ri­vier als Ge­tij­den­park – ge­meen­te Rot­ter­dam.

[3] Een lid van de Van der Leeuw­kring en pas­sant de ri­vier als een ob­sta­kel: “de ri­vier vormt geen bar­rière meer wan­neer we het over de bin­nen­stad heb­ben. Die be­vindt zich nu op twee oe­vers. Nu is het tijd voor de ver­volgst­ap. Hoe trek­ken we de ont­wik­ke­ling ver­der, naar an­de­re wij­ken?”

 

[4] de­cor­res­pon­dent.nl/4447/wat-als-een-ri­vier-rech­ten-krijgt

[5] Bruno La­tour (1994). We zijn nooit mo­dern ge­wee­st – plei­dooi voor een sym­me­trische an­tro­po­lo­gie.

in­zet van het Par­le­ment van de din­gen’ als ge­sprek- en on­der­zoeks­vorm van het per­spec­tief op de ruim­te vol­gens de ‘din­gen’ ism Lot­te van den Berg en Par­ti­zan Re­pu­blic. Zie Stads­klas 12. www.stads­klas.nl of ar­chi­ned.

 

 

+ Related Projects